T(I)NC: voor altijd punkrock
Als De Dijk in een uitverkochte Paradiso speelt blijft er altijd nog de bovenzaal open voor een echte rock'n'roll show. Die nobele taak is op een koude donderdagavond wel besteed aan het Zweedse The (International) Noise Conspiracy. Deze band kwam dit jaar met een supertoffe langspeler en, ondanks dat ik van vorige concerten nooit echt overtuigd ben geraakt, hoopte ik dat ze het dit keer live ook waar zouden maken. Vlak voor de show, zodat ik nog net een half uurtje De Dijk mee kon pakken, krijg ik een interviewmogelijkheid met de band. Terwijl ik zit te wachten op iemand om te interviewen springt een klein mannetje me om de hals en roept “Gimme back my underwair!” Het is Inge, bassist van T(I)NC met wie ik ooit een paar dagen bij Staffan van Really Fast Records heb gecrashed en die toevallig dezelfde onderbroeken koopt als ik.
Het gaat blijkt bijzonder goed te gaan met het schuchtere ventje wat ik ken als een opgewonden standje. Hij heeft duidelijk zin in de show van vanavond en zit lekker in z'n vel. Nadat we bijgepraat zijn over koetjes en kalfjes verteld hij het een en ander over de nieuwe plaat. ”Het is eigenlijk een soort van conceptalbum. We wilden iets in de stijl van de Doors gemixt met de sound die wij van nature hebben. We zijn echt uitermate tevreden over het eindproduct.”
Niet alleen het uiterlijk, maar ook zeker de plaat zelve zit bijzonder goed in elkaar. Rick Rubin, bekend van zijn werk met Johnny Cash, Danzig, Slayer, Beastie Boys en vele anderen, had de plaat hiervoor ook al geproduceerd en dat was 'em blijkbaar dusdanig goed bevallen dat hij met de charismatische Zweden voor een tweede maal de studio ingedoken is. Als ik hem vraag of het niet bizar is dat een man van zijn status gratis zijn diensten verleent reageert Inge enthousiast: “Eigenlijk is het best absurd inderdaad. Volgens mij zijn we zelfs zijn eerste niet-Amerikaanse act. Blijkbaar vindt hij ons tof, want anders zou ie het ook niet doen natuurlijk. Ik geloof dat normaliter een nummer 10,000 dollar kost of iets in die geest. Als je nagaat dat er op The Cross Of My Calling veertien nummer zijn gekomen!” Deze dure meneer Rubin blijkt overigens een behoorlijk rare snuiter te zijn. “Op een dag kwam er niets productiefs uit onze handen en werden we de studio uitgeschopt waarna hij een uur of twee met een dromenvanger door de studio aan het rennen was om alle negativiteit weg te jagen. Dat was een mooi moment en daarna ging het ook een stuk beter daarna”, verteld hij met een glimlach om de mond.
Uiteindelijk mag het product er zeker zijn. The Cross Of My Calling is een van de betere rock'n'roll albums van 2008 geworden waarbij de algehele vibe een essentiële rol speelt. Ik ben altijd groot fan geweest van de politieke teksten binnen het oeuvre van de heren, maar wat me opviel was dat dit keer de sfeer ietswat opgewekter was ten opzichte van de vorige albums. “We zaten allemaal in een positieve periode in ons leven en wellicht is dat doorgekomen op plaat?”, peinst de Zweed die deze mening niet lijkt te delen. “Ik weet nog toen we de eerste keer met Rick gingen werken dat we superzenuwachtig waren, maar nu wisten we precies wat we wilden. Dat kan ook nog invloed hebben gehad, maar we hadden zeker niet het idee een hele opgewekte plaat te schrijven.” Als ik hem vraag waarin die zekerheid ten opzichte van het vorige album blijkt antwoord hij het volgende: “Het blijkt uit de kleine dingetjes. Zo wilden we voor de titeltrack alle lichten uit en alleen maar kaarsjes aan. Ditzelfde voelde dan weer niet goed voor de rest van het album dus moest alles weer weggehaald worden ondanks dat Rick voorstelde om ze nog eventjes te houden.”
Als ik hem vraag hoe een T(I)NC tot stand komt blijkt het antwoord voor de hand te liggen: “De drummer houdt zich bezig met de drumpartijen, de gitarist schrijft de gitaarlijnen, ik doe de baslijnen en onze zanger schrijft de teksten. Vervolgens plakken we alles bij elkaar in een heftige jamsessie waarbij we elkaar zo vrij mogelijk laten.” Hij vervolgt, ”We hebben voor dit album in de oefenruimte zo'n dertig nummers geschreven waarvan we er uiteindelijk zestien hebben uitgekozen om mee de studio in te duiken. Uiteindelijk zijn er toen veertien op het album beland.”
Aangezien de band sinds jaar en dag verkleedpartijtjes lijkt te doen voor fotoshoots en optredens vraag ik hem waar dat vandaan komt. “Dat is heel natuurlijk gekomen. Toen we voor het eerst bij elkaar kwamen kwam het ter discussie welke uniformen we zouden gaan dragen. Niet OF we een uniform zouden gaan dragen, maar WELK uniform. Dit gedeeltelijk gestoeld op artiesten als The Who die zich op een bepaalde manier kleedden, Publick Enemy die eruit zagen als Black Panters, en niet in de laatste plaats op alle 'normale' mensen in onze maatschappij. In principe draagt iedereen een soort van uniform of het nou op het werk is of in het dagelijks leven. Alleen al in de punkrockscene zie je al iets van een soort van descode, bijvoorbeeld.”
De band voelt zich zeker nog wel verbonden met de punkrockscene. Als ik hem voorschotel dat labels als Sony, Universal en Def American helemaal niet zo punkrock verantwoord zijn schiet de timide Zweed dan ook in de verdediging: “Wij zijn altijd een extreem links bandje geweest die haar eigen route volgt. Hoe marketable is dat? Als je voet bij stuk houdt gaan mensen alleen met je in zee wanneer ze vertrouwen hebben in jouw kunnen en mogelijkheden.” Daarnaast is hij ook zeker niet zijn roots vergeten: “We komen allemaal uit de DIY underground en hebben daar nog steeds onze wortels en opereren ook nog steeds allemaal in deze scene. Toch hebben we met T(I)NC altijd temaken gehad met grote labels door middel van Burning Heart en Epitaph. We zijn het dus allemaal gewend en we weten hoe we met grote labels om moeten gaan.” Toch heeft de band over de jaren een behoorlijk gladdere productie en feel gekregen, maar ook daar heeft Inge een antwoord op: “Linkse rock zijn we altijd geweest en zullen we altijd blijven. Sommige dingen evolueren nu eenmaal ook al ben je gestart in de punkrockscene of waar dan ook. We hebben nog nooit compromissen gemaakt omdat dit marketingtechnisch beter zou zijn geweest voor ons. En, wees gerust, zoiets zullen we ook nooit en te nimmer doen!”