Recensie

Everytime I die

19 september 2007
Eerlijkheidshalve dien ik te zeggen dat ik deze band vanaf dat ik de naam hoorde in het hoekje met Bleeding Through en andere fashioncore bandjes heb gedrukt. Naarmate ik meer mensen over de band hoorde praten heb ik het maar in het middelmatige screamo/ metalcore vak geplaatst om zo er zeker van te zijn dat ik het niet hoefde te checken. Totdat ik op een dag door een van mijn vrienden vriendelijk ertoe gedwongen werd om deze band nou toch echt eens een keer te gaan checken. Het was volgens hem toch echt een van de beste bands van het nieuwe millenium en duidelijk een mijlpaal in hedendaagse hardcore. Dus ik alle moed verzamelt en na een aantal sympathieke interviews en stukken te hebben gelezen over de band was ik er helemaal klaar voor. Ik begon met Hot Damn! en dat was op zijn zachts gezegd geen liefde op het eerste gehoor. De chaotisch metalcore vol met breaks was, ondanks de vele rockende stukken, duidelijk niet aan mij besteed. Na een jaartje geen last van de band te hebben gehad kwam dezelfde vriend met Gutter Phenomenon aanzetten. Dit zou veel meer mijn ding moeten zijn en het kwartje zou daadwerkelijk gaan vallen. In al mijn goedheid probeerde ik het nogmaals, maar ook met de derde plaat uit de discography kon ik slecht uit de voeten. Nu komen de heren dus met hun vierde plaat, The Big Dirty, op de proppen en ook hier wordt ik niet intens gelukkig van. Dus ik contact allereerst mijn hulplijn voordat ik iets zeg over deze plaat en aan de telefoon krijg ik goedkeuring om ongeveer het volgende te zeggen: (de review begint dus eigenlijk vanaf hier) Het klinkt mij als een mix van Pantera met Converge in de oren. Vooral de vocalen van zanger Keith Buckley trekken de metalen rock klanken meer en meer in de hardcore-hoek en daarom is het ook zo lastig om een preciese vergelijkingen te trekken. Maar denk iets in de geest van lompe metal met zwaar rockende stukken meets simpele doch intense mathcore. Maar denk niet te core, want de logge southern rock invloeden zijn zelfs voor de n00b te bespeuren. Ach, er zijn wel meer elementen van verschillende bands terug te vinden in de sound van ETID, maar dit is de rode draad die over de gehele discographie doorschemert. Ik denk dat juist die herkenbaarheid van allerlei verschillen stijlen de kracht is van deze band en zal mede daardoor juist zoveel mensen aanspreken. Dit in combinatie met de party-attitude denk ik dat deze band nog wel een tijdje mee kan in de top van zijn genre. Iedere dag begin ik deze band meer te waarderen... Tracklist: 01. No Son of Mine 02. Pigs Is Pigs 03. Leatherneck 04. We'rewolf 05. Rebel Without Applause 06. Cities and Years 07. Rendez-Voodoo 08. A Gentleman's Sport 09. INRihab 10. Depressionista 11. Buffalo Gals 12. Imitation is the Sincerest Form of Battery FERRET

Meer over Everytime I die